Praten over seksualiteit verloopt in elke groep weer anders. Je weet van tevoren nooit precies hoe de groep zal reageren die je voor je hebt. Het kan bovendien een groep zijn met een vrij homogene samenstelling op basis van bijvoorbeeld herkomst, taal, leeftijd of gender, maar ook een hele diverse groep. Dat maakt dat een groepsgesprek of groepsvoorlichting altijd maatwerk is. Toch zijn er tips te geven:
- Zorg voor een veilige sfeer. Praten over seksualiteit is voor weinig mensen echt makkelijk. Het is daarom belangrijk dat iedereen zich veilig voelt, en er vertrouwen en respect is. Doe een voorstelrondje aan het begin zodat iedereen zich gerespecteerd voelt. Maak een slide met privacyregels die je uitlegt aan het begin van een voorlichting. Maak afspraken dat verschillende meningen gerespecteerd worden, en dat wat er gedeeld wordt binnen de muren van de voorlichting zal blijven.
- Bepaal een gemeenschappelijke taal. Zoek samen naar de woorden die iedereen begrijpt, maar waarmee ook iedereen zich comfortabel voelt. Soms worden ‘schuttingwoorden’ beter begrepen dan meer medische termen. Je kunt het woordenboek van Zanzu.nl gebruiken en termen voorleggen aan de groep.
- Vermijd discussies over cultuurverschillen. Als deelnemers het gevoel hebben dat ze hun culturele normen moeten verdedigen, leidt dit af van wat ze zelf voelen en de vragen die ze hebben. Ze zullen de voorlichting niet meer serieus nemen. Een open gesprek over persoonlijke ervaringen kan wel werken: ‘Hoe kreeg jij als kind informatie?’ of ‘Hoe wordt er in jouw familie over gesproken?’. Sta open voor diversiteit in opvattingen, waarden en normen maar benadruk de overeenkomsten meer dan de verschillen. Laat iedereen zich gerespecteerd voelen.
- Wees je bewust van de waarde van cultuur. Mensen die een meer gemeenschapsgerichte culturele achtergrond hebben zullen sneller vanuit de wij-vorm praten. Ook is de culturele, gemeenschappelijke norm vaak belangrijker dan wat iemand persoonlijk vindt. Je kunt beter vragen ‘Hoe ga je daar zelf mee om?’ dan ‘Wat vind je daar zelf van?’.
- Wees voorzichtig met persoonlijke ervaringen. Soms kan het vertrouwen wekken om te vertellen dat je zelf ook lastigheden hebt ervaren, maar laat eigen persoonlijke ervaringen, voorbeelden en meningen zoveel mogelijk achterwege. Tenzij hier uitdrukkelijk om gevraagd wordt. Houd dan wel je eigen grenzen in de gaten.
- Laat de deelnemers leren van elkaar. Deelnemers leren ook van met elkaar in gesprek te gaan, niet alleen door te luisteren naar een begeleider. Gebruik daarom interactieve en participatieve werkvormen. Laat deelnemers zelf aangeven wat ze weten, zo leren ze van elkaar en weet jij waar je met je informatie op aan kunt sluiten.
- Geef deelnemers de kans om persoonlijke vragen te stellen. De voorlichting kan vragen oproepen die iemand niet in de groep wil stellen. Bied de gelegenheid om in de pauze of naderhand één op één vragen te beantwoorden. Geef ook de optie om dit anoniem te doen met pen en papier. Wees je er ook van bewust dat het bespreken van bepaalde onderwerpen iets kan losmaken bij deelnemers. Zorg dat er emotionele opvang is.