Seksuele gezondheid is onderdeel van het totale pakket van gezondheid. Dit is niet vanzelfsprekend in alle culturen. Iedereen heeft het recht om de informatie te krijgen die nodig is voor een goede seksuele gezondheid. In Nederland is die informatie en zorg toegankelijk. Dit geldt vaak niet voor de herkomstlanden van nieuwkomers. Daarnaast heeft een deel van de nieuwkomers weinig onderwijs genoten en nauwelijks seksuele voorlichting gekregen. Soms is de kennis die mensen hebben ook onjuist. Ook kunnen mensen die tijdelijk in Nederland wonen en werken hulp nodig hebben bij het navigeren van de zorg en wet- en regelgeving, daar kan Zanzu hen over informeren.
Net als voor een deel van de Nederlandse bevolking is seksualiteit niet een makkelijk onderwerp om over te praten voor mensen met andere culturen. Door het aankaarten van relaties en seksualiteit kun je gezondheidsrisico’s boven tafel krijgen. Mensen zijn vaak blij en opgelucht dat ze vragen kunnen stellen over onderwerpen die in eigen land niet bespreekbaar waren. Ze voelen zich gehoord en gezien. Belangrijk is wel dat je als professional een veilige setting creëert.
Een aantal seksuele gezondheidsproblemen komt meer voor bij nieuwkomers. Dit kan samenhangen met verschillende factoren: armoede, precaire leefomstandigheden, kwetsbaarheid omwille van verblijfstatus, seksuele identiteit, beperkte kennis over seksuele gezondheid, cultuur, religie en beperkte toegang tot zorg. Dit zijn de vier voornaamste seksuele-gezondheidsrisico’s die vaker voorkomen bij (bepaalde groepen) nieuwkomers:
- Hiv
41% van de mensen gediagnostiseerd met hiv in Nederland zijn in een ander land geboren. Van de mannen die seks hebben met mannen die buiten Nederland zijn geboren kwamen de meeste mensen met een hiv diagnose uit Europese landen (10%) en Zuid Amerika (6%). Voor de rest van de diagnoses onder andere mannen, vrouwen en transpersonen is de groep uit Sub-Sahara Afrika het grootst (31%) (hiv monitoring, 2023). Hiv en nieuwe hiv diagnoses komen in Nederland vooral voor bij mannen die seks hebben met mannen voor (RIVM, 2024). Preventie kan lastig zijn vanwege groot taboe op hiv/aids en homoseksualiteit. - Onbedoelde zwangerschap
Bij aankomst in Nederland was 52% van de vrouwen in asielzoekerscentra zwanger (GGD GHOR Nederland, 2022). Dit percentage was hoger voor jongere leeftijdscategorieën. Van de groep tienermoeders was 67% zwanger bij aankomst en dit gold voor 60% van de 20-25 jarigen. Het is niet altijd duidelijk onder welke omstandigheden een zwangerschap is ontstaan. Bij 45% stond er bij de geboorte van het kind geen partner geregistreerd. Dit kan ook betekenen dat de partner nog in het land van herkomst is of ergens anders in Nederland verblijft. Van alle tienermoeders in Nederland had 54 procent een migratieachtergrond en 6 procent van de tienermoeders heeft een asielstatus gehad (RIVM, 2024).Aanvullend op de vrouwen en meiden die zwanger al zwanger waren, werd zo’n 1 op de 6 vrouwen kort na aankomst in Nederland zwanger en beviel tussen de 9 en 12 maanden na aankomst (GGD GHOR Nederland, 2022). Het is niet bekend of het hierbij gaat om een bedoelde of onbedoelde zwangerschap. Het is daarom extra belangrijk om direct na aankomst met mensen in gesprek te gaan over hun kinderwens, seksualiteit en om indien er geen sprake is van een actuele kinderwens anticonceptie te bespreken. Zorg ervoor dat mensen toegang hebben tot informatie in hun eigen taal en maak gebruik van de gratis (telefonische) tolk. Heb je professionele ondersteuning nodig bij begeleiding rondom kinderwens, kun je contact opnemen met het team Nu Niet Zwanger bij de lokale GGD.Van de mensen die een zwangerschap afbreken woont 8,3% niet in Nederland (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, 2024). De meeste vrouwen van deze groep komen uit Duitsland en Polen. Hoeveel van de mensen die in Nederland wonen en een zwangerschap laten afbreken een migratieachtergrond hebben is niet bekend.
- Seksueel geweld
In een onderzoek onder 223 migranten in Nederland en België, gaf 39% aan zelf slachtoffer te zijn van seksueel geweld, waaronder verkrachting en seksuele uitbuiting en gaf 35% een vriend, kennis of familielid te hebben die dit had meegemaakt tijdens diens verblijf in Europa (Keygnaert et al., 2012). Seksueel geweld vindt ook plaats binnen de opvanglocaties, medebewoners kunnen plegers zijn maar ook medewerkers en vrijwilligers van opvanglocaties. Recentere cijfers hierover ontbreken. Mensen die asiel aanvragen in Nederland en verklaren dat ze slachtoffers zijn geworden van seksueel geweld na aankomst lopen het risico om opnieuw getraumatiseerd te raken in de asielprocedure als ze aangifte doen, hun aanvraag kan worden afgewezen en hun verklaring over seksueel geweld kan ook tegen hen worden gebruikt (Amnesty International, 2023). - Vrouwelijke genitale verminking
Er wonen naar schatting 30.000 vrouwen in Nederland die besneden zijn. Het merendeel van deze vrouwen komt uit Somalië, Egypte, Ethiopië, Eritrea, Soedan en de Koerdische autonome regio in Irak. De komende 20 jaar lopen 4200 meisjes het risico op vrouwelijke genitale verminking (Pharos, 2024). Aangezien vrouwelijke genitale verminking (ernstige) fysieke en psychosociale klachten met zich mee kan brengen, is goede gezondheidszorg en preventie belangrijk. Dit onderwerp vergt zeker extra aandacht bij een voorlichting waar ouders aanwezig zijn.